WEETJES
Inheemse planten, ingeburgerde soorten en exoten, wat is het verschil?
In de tuin en natuur gebruiken we vaak verschillende termen voor planten, maar wat betekenen ze nu eigenlijk?
🌱 Inheemse planten
Dit zijn planten die hier van nature voorkomen, vaak al duizenden jaren.
Ze zijn perfect afgestemd op ons klimaat en vormen een belangrijke voedselbron voor insecten, vogels en andere dieren.
🌿 Ingeburgerde planten
Sommige soorten zijn ooit van elders meegebracht, maar leven inmiddels al honderden jaren in onze omgeving zonder grote problemen te veroorzaken. Ze worden “ingeburgerd” genoemd, ze horen er inmiddels een beetje bij.
🌍 Exoten
Dit zijn planten die door mensen (bewust of onbewust) van ver weg zijn meegenomen.
Niet alle exoten zijn schadelijk, maar ze passen vaak minder goed in ons ecosysteem.
⚠️ Invasieve exoten
Sommige exoten verspreiden zich razendsnel en verdringen inheemse soorten.
Denk aan de Japanse duizendknoop of reuzenberenklauw.
Deze soorten kunnen grote schade veroorzaken aan de natuur, biodiversiteit en soms ook aan gebouwen of de gezondheid.
Inmiddels zijn deze planten op een lijst gezet.
Deze soorten mogen niet meer gekweekt en verhandeld worden.
Uiteraard komen deze soorten ook niet voor in ons assortiment.
Bij het NVWA kun je alle soorten (ook dieren) vinden die op deze lijst voorkomen.
Heb je opeens plakkerige blaadjes of zie je kleine groene, zwarte of witte beestjes op je planten?
Grote kans dat je met bladluizen te maken hebt.
Ze zijn dol op jong, sappig blad – maar gelukkig zijn er genoeg vriendelijke manieren om ze weer weg te krijgen.
Geen gif nodig, alleen een beetje natuur én slimme trucjes!
1. Douche je planten
Geef je planten een frisse start met een flinke straal water.
Spoel de luizen van de bladeren (ook de onderkant!) af met de tuinslang of een plantenspuit. Herhaal dit regelmatig en je zult zien: ze geven het vanzelf op.
2. Planten met superkrachten
🌿 Zet goudsbloemen, lavendel of afrikaantjes tussen je planten.
Luizen houden daar niet van en blijven liever weg.
🌿 Of plant juist dille, venkel of koriander: die trekken natuurlijke vijanden aan zoals zweefvliegen en sluipwespen.
3. De goede helpers
Nodig de lieveheersbeestjes uit!
Er zijn zelfs larven te koop.
Ze zijn gek op luizen – een larve eet er wel honderden op.
Ook oorwormen en gaasvliegen zijn geweldige helpers.
Je kunt zelfs speciale ‘insectenhuisjes’ ophangen om ze een fijn plekje te geven.
4. Natuurlijke sprays
Maak zelf een milde zeepoplossing (bijv. een theelepel zachte groene zeep + een drupje plantaardige olie op een liter water) en spuit dit op de aangetaste delen van de plant.
Test het eerst op een klein stukje blad en gebruik het niet in de volle zon.
5. Gezonde planten zijn sterker
Luizen vallen vooral verzwakte planten aan.
Geef je planten dus een goede start met gezonde grond, voldoende water en een beetje compost of organische voeding.
Zo houd je je tuin levendig én in balans – zonder chemische middelen.
Goed voor je planten, de bijen én het milieu!
Slakken in je tuin
Slakken bestrijden zonder gif – zo doe je dat op een natuurlijke manier! 🐌🌿
De tuin is in volle bloei, maar helaas ben je niet de enige die geniet van al dat groen. Slakken – vooral na een regenbui – komen massaal tevoorschijn en kunnen in korte tijd een moestuin of bloembed flink kaalvreten. Gelukkig zijn er genoeg diervriendelijke én milieuvriendelijke manieren om ze te weren, zonder naar chemische middelen te grijpen. Hier zijn een paar slimme tips om je tuin slakvrij te houden!
1. Maak je tuin slakonvriendelijk
Slakken houden van vochtige, schaduwrijke plekjes. Door ‘rommelhoekjes’ op te ruimen, zoals stapels bladeren of planken, neem je hun schuilplaatsen weg. Mulch niet te dik rond kwetsbare planten – dat kan juist een fijn huisje voor ze worden.
2. Geef water in de ochtend
’s Avonds sproeien zorgt voor een vochtige tuin tijdens de slakkenpiekuren. Door ’s ochtends water te geven, droogt de grond op tegen de avond en dat maakt het minder aantrekkelijk voor deze slijmerige bezoekers.
3. Natuurlijke vijanden uitnodigen
Egels, vogels, padden en zelfs kippen zijn dol op slakken. Maak je tuin aantrekkelijk voor deze helpers met wat struiken, een egelhuisje of een klein vijvertje. Zo werk je samen met de natuur.
4. Barrières
Slakken hebben een hekel aan koper. Door bijvoorbeeld kopertape rond potten of verhoogde bedden te plakken, krijgen ze een onaangename schok bij contact en blijven ze liever weg.
Ook hebben ze een hekel aan een scherpe ondergrond zoals kippengrit of schelpenzand.
5. Slakken lokken en verplaatsen
Je kunt slakken lokken met schoteltjes bier (ja, echt waar!) of een halve uitgeholde meloen. Controleer ze dagelijks en verplaats de slakken naar een plek waar ze geen schade aanrichten – bijvoorbeeld aan de rand van een bos of weiland.
6. Zet afschrikplanten in
Slakken mijden bepaalde planten, zoals lavendel, varens, salie en geraniums. Door deze tussen je gevoelige planten te zetten, creëer je als het ware een natuurlijke barrière.
Tot slot: een beetje verdraagzaamheid…
Een paar slakken in de tuin zijn geen ramp – ze maken deel uit van het ecosysteem. Het gaat vooral om het vinden van een balans, zodat je én van je tuin kunt genieten én de natuur een handje helpt.
EHBO voor zaailingen
Ook ik heb wel eens te maken met tè enthousiaste zaailingen die in een mum van tijd een lange, dunne slungel worden.
Wat nu...
- zet een pot of potje klaar met potgrond en maak daarin alvast een kuitje.
- probeer de zaailing met een theelepel uit het zaaibakje te tillen met zoveel mogelijk aarde rond het worteltje.
- plaats de zaailing in het potje en zorg dat de stengel voor de helft/driekwart onder de grond komt.
- Geef een beetje water als de potgrond te droog aanvoelt.
- plaats het potje in een koele, lichte ruimte, niet meer op de vensterbank en niet in de volle zon.
- ook kun je de zaailing buiten zetten, als de temperatuur het toe laat.
- als het weer kouder wordt of er is teveel wind zet de zaailing dan even binnen, maar wel zo koel mogelijk.
- succes!!
Voorzaaien: de voor- en de nadelen!
Voorzaaien... Hoe doe je dat nou en waarom?
Voorzaaien geeft de plant ( en jou ) een "voorsprong".
Veel planten, en zeker een-jarigen, kiemen pas bij een temperatuur van rond de 20 °C.
Zaai je deze rechtstreeks buiten ( of in een koude kas/serre ), dan moet je dus wachten op de juiste temperaturen voordat het zaad gaat kiemen.
Dat is dan normaal gesproken in mei.
Het zaadje moet dan ook nog eerst kiemen, groeien en dan volgt de bloei.
Als je voorzaait in maart of april, in een warme kas of op de vensterbank, dan zal het zaadje eerder gaan kiemen.
Het plantje heeft dan al een voorsprong en zal dus eerder gaan bloeien.
Eerder genieten dus!
Ook hebben vogels, muizen en de regen geen kans om de zaden op te eten/ weg te spoelen.
Zaai de planten voor in zaai- en stekgrond, dit is speciaal samengesteld om de zaailingen een goede start te geven.
Zaaien kun je in kleine potjes, sommige gebruiken eierdozen, of maken rolletjes van kranten.
Waar je wel op moet letten bij voorzaaien is dat je, zodra je de zaailing 2 blaadjes heeft, je deze koeler en licht moet zetten ( zeker niet in de volle zon ) anders krijg je van die lange sprieten.
Dit kan bv in een serre of een koude kas.
Zijn de zaailingen al sterker aan het worden en is het nog geen tijd om ze definitief uit te planten?
Zie je al wortels uit de onderkant van het potje komen?
Pot ze dan over in een grotere pot met potgrond.
Hier zit meer voeding in en zal het plantje goed doen!
Ook zul je het voorzaaisel moeten afharden.
Dit houdt in dat je de zaailingen een paar uurtjes per dag buiten moet zetten zodat ze alvast wennen aan de weers-omstandigheden.
Tijdens (nacht) vorst de zaailingen niet buiten laten staan!
( uiteraard zijn er planten die juist wel koude nodig hebben om te kiemen; lees daarom altijd eerst de zaai-instructies! )
Na ijsheiligen kun je de zaailingen dan definitief buiten uitplanten en kun je eerder genieten van de bloei!
Nadeel voorzaaien:
Het nadeel van voorzaaien is dat de zaailingen na opkomst inderdaad "kouder " maar wel licht gezet moeten worden.
Rechtstreeks van de vensterbank naar buiten is een te grote stap ineens.
Maar niet iedereen heeft een ruimte die licht is en een constante temperatuur van 15 - 18°C heeft.
In de koude kas is een prima optie maar de temperatuur zal daar s`nachts nog wel te koud zijn en cosmea`s zijn echt koude-gevoelig!
Ikzelf zaai meestal alleen de koudekiemers voor en de eenjarigen zaai ik bewust pas in april of mei.
Als je de zaailingen te lang warm laat staan worden het van die hoge, lange sprieten.
Veel zaai-en tuinplezier!
Zaden oogsten
Zaden oogsten is ontzettend leuk!
Je bent lekker buiten, de zaden zijn vrij van allerlei chemicaliën, je helpt de insecten en je zorgt voor meer groen!
Toch zitten er ook nadelen aan...
De natuur kan onvoorspelbaar zijn en er kunnen bepaalde soorten planten en bloemen met elkaar kruisen.
Zelfs over grotere afstanden kunnen bv bijen de nectar van de ene naar de andere bloem brengen waardoor de zaden toch een andere kleur voortbrengen dan de moederplant.
Ik probeer dit te voorkomen door zoveel mogelijk solitair te planten, dat wil zeggen dat ik zaden die makkelijk kruisen zo ver mogelijk uit elkaar probeer te zaaien, bv in tuinen bij vrienden.
Toch kan ik een kruising niet altijd voorkomen...
Bijna elke plant heeft de neiging, als ze de kans krijgt, om terug te gaan naar de oorspronkelijke vorm, kleur, geur, etc.
De klaproos is een mooi voorbeeld, zaai je een mengsel van verschillende kleuren waar ook rood in zit, dan zullen de zaden steeds vaker rode klaprozen geven.
Nog een voorbeeld is de Akelei, deze komt bijna altijd terug in een andere kleur dan de moederplant, ook al heb je er maar 1 van in je tuin staan.
Het kan dus voorkomen dat een bloem misschien niet altijd precies de kleuren heeft zoals op het plaatje.
Soms zijn de kleuren zelfs mooier dan je had verwacht!
Blijf genieten van het hele zaai proces en al het moois wat er uit voortkomt!
Wat zijn stinzenplanten nu eigenlijk?
Eeuwen geleden werden er op oude buitenplaatsen, boerderijen en ‘stinzen’ (landhuizen in Friesland) voorjaarsbloemen geplant.
De namen hyacint, sneeuwklokjes, narcis en krokus zullen je bekend voorkomen.
De planten die toendertijd werden geplant zijn verwilderd en door de jaren heen ingeburgerd.
Deze komen in Nederland dus spontaan op zonder toedoen van mensen, bv de wilde hyacint.
Stinzenplanten bloeien vroeg en staan graag in de schaduw, bv onder een grote boom.
In onze tuin hebben we een walnotenboom waaronder ik 3 jaar geleden ben begonnen met het planten van verschillende soorten.
Als de planten het naar hun zin hebben breiden ze zich vanzelf uit en krijg je naar verloop van tijd een prachtig tapijt!
Heb je dus nog een donker stukje over in je tuin?
Leef je uit met stinzenplanten!
Je kunt stinzenplanten opkweken uit zaad (niet allemaal) of bollen planten.
De bollen kun je het beste in het najaar planten.
Planten die je opkweekt uit zaad hebben wat langer de tijd nodig om bloemen te vormen maar het geeft wel meer voldoening en je bent lekker bezig!
Meeldauw? Zo pak je het natuurlijk aan!
Veel tuinliefhebbers kennen het wel: je planten staan er prachtig bij en ineens verschijnt er een wit, poederachtig laagje op het blad.
Dat is meeldauw.
Gelukkig kun je deze schimmel goed aanpakken zonder chemische bestrijdingsmiddelen.
Wat is meeldauw eigenlijk?
Meeldauw is een schimmel die vooral voorkomt bij warm, vochtig weer.
Je ziet vaak een wit waas op bladeren, stengels en soms bloemen.
Het is meestal niet direct dodelijk, maar kan je planten flink verzwakken.
Natuurlijke manieren om meeldauw te bestrijden:
🍃 1. Verwijder aangetaste delen
Knip de ergst besmette bladeren weg en gooi ze bij het restafval (niet op de composthoop!). Zo beperk je verdere verspreiding.
💧 2. Zorg voor voldoende luchtcirculatie
Zet planten wat ruimer uit elkaar en snoei eventueel wat blad weg. Hoe beter de lucht stroomt, hoe minder kans meeldauw krijgt.
🌞 3. Geef water bij de wortels
Probeer bladnat te voorkomen. Meeldauw houdt van een vochtig bladerdek. Water geven bij de basis helpt om schimmelgroei tegen te gaan.
✨ 4. Melk als huismiddeltje
Meng 1 deel melk met 9 delen water en besproei de bladeren eens per week. Melk bevat stoffen die schimmels remmen.
🌱 5. Maak een natriumbicarbonaat-spray
Meng 1 liter water met een theelepel baking soda en een drupje afwasmiddel. Dit verandert de pH op het bladoppervlak, waardoor meeldauw het lastig krijgt.
Tip: Blijf regelmatig controleren.
Hoe vroeger je ingrijpt, hoe makkelijker je het onder controle houdt.
Door op een natuurlijke manier meeldauw te bestrijden, houd je je tuin gezond en vriendelijk voor insecten en andere dieren.
En je planten?
Die zullen je dankbaar zijn! 🌼
Zaden bewaren, hoe doe je dat?
Ons assortiment wordt ieder jaar aangevuld met zaden van nieuwe en bijzondere soorten bloemen en planten.
Nieuwe oogst wordt ingepakt zodat je zeker bent van verse en kiemkrachtige zaden.
Sommige van deze zaden (de koudekiemers) kun je meteen zaaien maar er zijn ook zaden die pas kiemen bij een lekkere warme temperatuur in het voorjaar.
Hoe kun je deze zaden nu het beste bewaren?
Kies voor een koele, droge en donkere plek; bijvoorbeeld in een kast of kelder.
De ideale temperatuur is tussen de 15°C - 18°C.
Vermijd vochtige ruimtes want daarin kunnen zaden snel bederven of beschimmelen.
Op deze manier blijven je zaden optimaal kiemkrachtig en kun je genieten van gezonde zaailingen en sterke planten!
Het nut van warmtematten, warmtelampen en een propagator
Ik maak graag gebruik van al deze handige hulpmiddelen!
Als het voorjaar wat langzaam op gang komt qua temperatuur is er een kans dat
zaden die een hoge kiemtemperatuur hebben pas heel laat kiemen.
Hierdoor duurt het ook langer voor de plant tot wasdom komt.
Het komt dan geregeld voor dat de zaaddozen niet genoeg meer rijpen voor de herfst/winter zijn intrede doet; minder oogst dus.
Het is voor mij belangrijk dat de zaailingen al stevig en gezond zijn zodra de temperaturen buiten stijgen en het daglicht toeneemt.
Met behulp van een propagator, een warmte kweekmat en eventueel een kweeklamp kan ik de perfecte omstandigheden creëren voor sterke, gezonde zaailingen.
Een propagator werkt als een mini-kas: warmte en luchtvochtigheid worden vastgehouden, waardoor zaden sneller en gelijkmatiger ontkiemen.
In combinatie met een warmte kweekmat, die een constante, milde bodemwarmte afgeeft, krijgen de zaden precies wat ze nodig hebben om goed te starten.
Maar ook licht speelt een belangrijke rol.
In de donkere wintermaanden of bij weinig zonlicht kunnen jonge plantjes te lang en slap worden.
Een kweeklamp biedt dan uitkomst: deze vult het natuurlijke daglicht aan en zorgt ervoor dat de zaailingen compact en stevig groeien.
De combinatie van warmte, vocht en voldoende licht geeft de planten de beste start, nog voordat het buitenseizoen begint.
Zo creëer ik met een paar eenvoudige hulpmiddelen een klein, beheersbaar groeiklimaat waarin zaden optimaal kunnen kiemen en in het voorjaar kan genieten van sterke, gezonde planten die klaar zijn om naar buiten te verhuizen!
Waarom inheemse bloemen en planten onmisbaar zijn in je tuin
Inheemse bloemen en planten zijn de stille kracht achter een gezonde, levendige tuin.
Ze horen van nature thuis in ons klimaat en onze bodem, waardoor ze sterk, betrouwbaar en onderhoudsarm zijn.
Maar hun grootste waarde ligt in wat ze betekenen voor de natuur om ons heen.
Inheemse soorten bieden precies de juiste nectar, pollen en schuilplaatsen voor bijen, vlinders, hommels en talloze andere insecten.
Deze dieren zijn afhankelijk van planten waarmee ze zijn mee-geëvolueerd, en die vind je alleen in het inheemse assortiment.
Door voor deze soorten te kiezen, creëer je een waardevolle voedselbron én een veilige leefomgeving.
Daarnaast helpen inheemse planten om de biodiversiteit te versterken.
Ze trekken niet alleen meer insecten aan, maar zorgen via die insecten ook voor vogels, egels en andere tuinbezoekers.
Zo groeit een simpele beplantingskeuze uit tot een mini-ecosysteem waarin alles met elkaar samenwerkt.
Niet iedereen kan, of wil, zijn hele tuin in één keer omspitten om volledig over te stappen op inheemse soorten.
Gelukkig hoeft dat ook helemaal niet.
Je kunt klein beginnen: vul lege plekjes op met inheemse bloemen, vervang stap voor stap oudere planten door passende inheemse alternatieven, of probeer eens een mix van inheemse soorten tussen je vaste beplanting. Elke plant telt en elke verandering helpt de natuur vooruit.
Inheemse bloemen zijn bovendien verrassend mooi en veelzijdig, en ze laten zich uitstekend combineren met vaste planten en eenjarigen.
Of je nu houdt van kleur, structuur of rustige beplanting: er is altijd een soort die past bij jouw tuinplan.
Met inheemse planten kies je dus niet alleen voor een sfeervolle tuin, maar ook voor een tuin die écht iets teruggeeft aan de natuur.
Een kleine stap met een grote impact!
Mieren: vervelend of nuttig?
Veel tuinliefhebbers zien mieren vooral als lastpakken: ze maken hoopjes zand tussen de tegels, kruipen overal tussendoor en duiken ineens massaal op in plantenbakken.
Toch zijn mieren veel nuttiger dan je op het eerste gezicht denkt.
Mieren spelen een belangrijke rol in het ecosysteem van je tuin.
Ze ruimen organisch materiaal op, eten larven en kleine insecten en helpen zo andere plagen in toom te houden.
Daarnaast zorgen ze voor een luchtigere bodem doordat ze kleine tunnels graven.
Dat klinkt misschien vervelend als het zand tussen de bestrating omhoog komt, maar voor de bodemstructuur is het juist heel waardevol.
Je ziet mieren vaak in de buurt van bladluizen, en dat levert soms verwarring op. Mieren “melken” bladluizen voor honingdauw en beschermen ze daarom tegen natuurlijke vijanden.
Daardoor lijkt het alsof ze de luizenplaag juist stimuleren.
Maar dit gedrag hoort bij het natuurlijke evenwicht in de tuin.
Wanneer je voldoende variatie aan planten en schuilplekken biedt, komen natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes en gaasvliegen vanzelf hun werk doen.
Mieren zijn dus belangrijke én nuttige tuinbewoners, maar soms komen ze net op plekken waar je ze liever niet ziet.
Bijvoorbeeld in huis, en vooral in de keuken, kunnen ze wél voor overlast zorgen.
Mieren komen vooral naar binnen op zoek naar voedsel.
Een aanrecht met etensresten of open verpakkingen werkt als een magneet. Bewaar daarom zoveel mogelijk voedingsmiddelen in goed afgesloten potten en dozen, en laat geen lekkers rondslingeren.
Sluit daarnaast kieren en spleten waarlangs ze naar binnen kunnen.
Tijdens hun tochten laten mieren kleine beetjes ontlasting achter, iets wat je natuurlijk liever niet in huis hebt.
Bovendien markeren ze hun route met feromonen, zodat andere werksters de voedselbron snel terugvinden.
Zie je de eerste verkenners al rondlopen, schakel ze dan meteen uit om te voorkomen dat er een hele kolonie volgt.
Ben je te laat en hebben meerdere mieren de weg naar binnen al gevonden?
Dan kun je een aantal huis-, tuin- en keukenmiddeltjes proberen.
Mieren houden niet van sterke geuren: look, munt, basilicum, rozemarijn, kaneel, lavendel en zelfs afrikaantjes kunnen ze op afstand houden.
Ook peper rond het nest strooien kan helpen.
Werkt dat allemaal niet, dan zijn aaltjes een natuurlijk alternatief.
Deze microscopisch kleine rondwormpjes doden niet de volwassen mieren, maar wel hun larven.
Daardoor verlaten de mieren uiteindelijk zelf het nest en verhuizen ze naar een andere plek.
Ook buiten in de tuin kun je overlast beperken door het probleem bij de bron aan te pakken.
Mieren zijn dol op de honingdauw van bladluizen, dus het bestrijden van luizen maakt je tuin minder aantrekkelijk voor ze.
Door te zorgen voor voldoende natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes, ontstaat er vanzelf meer evenwicht.
Kortom: mieren zijn waardevolle helpers, maar als ze tot in huis komen mag je best ingrijpen.
Met een paar simpele maatregelen kun je overlast voorkomen én tegelijk de natuur een handje helpen.